Informatie over borstvoeding
Het geven van borstvoeding is de mooiste en beste start die je je baby kunt geven. Ook is het goed voor je eigen gezondheid.
De WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) adviseert de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding aan de baby te geven. Wij zullen er alles aan doen om het geven van borstvoeding te laten slagen. Onze kraamverzorgenden ondersteunen en begeleiden je hier volledig in. Daarnaast hebben wij lactatiekundigen in dienst om je net even dat stukje extra begeleiding te geven wanneer dat nodig is.
De voordelen van borstvoeding
Borstvoeding geven heeft verschillende voordelen voor zowel de moeder als het kind:
Voordelen voor de baby
- Borstvoeding beschermt de baby tegen verschillende infecties;
- Borstvoeding beschermt tegen allergische aandoeningen;
- De samenstelling van moedermelk is afgestemd op de voedingsbehoefte van je baby;
- Borstvoeding vermindert de kans op oorontsteking, bacteriële infecties en meningitis;
- Borstvoeding heeft een positief effect op het centraal zenuwstelsel;
Voordelen voor de moeder
- Borstvoeding geven bevordert het herstel van het lichaam;
- Borstvoeding geven kan van positieve invloed hebben op het hechtingsproces van moeder en baby;
- Moedermelk is altijd voorradig en op de juiste temperatuur;
- Borstvoeding geven kan het zelfvertrouwen vergroten voor het herkennen en ingaan op de signalen van de baby;
- Borstvoeding geven is goedkoop;
- Borstvoeding geven vermindert de kans op botontkalking.
Om je goed voor te bereiden kun je een borstvoedingscursus bijwonen en deze animatie van het Voedingscentrum bekijken. Kun of wil je door bepaalde omstandigheden geen borstvoeding geven? Het geven van kunstvoeding is dan het alternatief.
Klik op een van de onderstaande links om direct naar het onderwerp op de pagina te gaan:
Kolven, reinigen van de kolf en bewaren van moedermelk
Borstvoeding geven
Voedingssignalen
De kraamverzorgende leert je hoe je de voedingssignalen van je baby leert herkennen of wanneer het genoeg heeft. Voedingssignalen zijn bijvoorbeeld zoeken, smakken, op de handjes sabbelen en onrust.
Als je baby deze voedingssignalen vertoont, kun je beginnen met voeden. Probeer te voorkomen dat de baby gaat huilen. Door in te spelen op deze signalen, kun je de baby op een ontspannen manier aanleggen.
Als je je baby vaker aan de borst legt, wordt er meer moedermelk aangemaakt. Wacht niet tot je baby huilt, maar let op de voedingssignalen die hij of zij geeft. Dit wordt voeden op verzoek genoemd.
Borstvoeding
Je kunt de baby in verschillende voedingshoudingen aanleggen. Zoek in een rustige omgeving een houding die voor jou en je baby prettig is. Bij een prettige houding merk je dat je ontspannen kan zitten of liggen en de baby comfortabel is. Dit kan in het begin een uitdaging zijn. Wanneer je je baby aanlegt, breng je je baby naar de borst. Wanneer je baby de tepel én een gedeelte van de tepelhof in de mond heeft, wordt de zuigreflex gestimuleerd. De toeschietreflex zorgt ervoor dat de melk gaat stromen.
Het is belangrijk dat je baby effectief drinkt. Dit is kan je zien en horen aan de regelmatige, grote slokken. De voorkeur is om je baby te laten drinken zolang het effectief is, na een schone luier kan de tweede borst worden aangeboden. Het is normaal dat je baby 8 tot 12 keer per 24 uur om voeding vraagt. Probeer per voeding beide borsten aan te bieden.
Het op gang komen van de borstvoeding kan enkele dagen duren. De productie neemt gedurende het kraambed toe. In de eerste dagen is de productie voldoende voor dat moment. Vanaf dag 3 zal je merken dat je baby ritmisch drinkt met reeksen van 7-10 slokken achter elkaar. De meeste baby’s vallen 7 tot 10% van hun geboortegewicht af. Vanaf dag 5 of 6 gaat je baby groeien en zal binnen 14 dagen weer terug zijn op geboortegewicht.
De plasluiers nemen toe tot minimaal 6 heldere urine per dag. Ontlasting is geel, 2-5 per dag. Ook is het een goed teken wanneer de baby na de voeding tevreden is, kort daarna in slaap valt en tussen de voedingen twee tot drie uur slaapt.
Het aanleg-stappenplan:
Hanteer bij het geven van borstvoeding de volgende stappen:
- Zoek een prettige voedingshouding, zittend of liggend, met voldoende steun onder armen en voeten. Ontspanning is hierbij het belangrijkst.
- Liggend voeden: je ligt op je zij met je baby buik tegen buik.
- Zittend voeden: je baby ligt in het holletje van je elle boog. Je onderarm ondersteunt het ruggetje en je hand ondersteunt de heupjes en bovenbeentjes.
In beide houdingen ligt je baby volledig op zijn zij, met het gezichtje naar jou toe. Het hoofdje is iets naar achteren gekanteld, het neusje ter hoogte van de tepel en de oortjes, schouders en heupjes liggen op één lijn.
- Zorg dat je baby wakker en ontspannen is. Is je baby onrustig of huilend, breng hem of haar dan eerst tot rust.
- Ondersteun met je andere hand de borst: vier vingers onder de borst en de duim los bovenop. Houd je vingers niet te dicht bij de tepel; binnen een straal van ongeveer drie centimeter rond de tepel bevinden zich de melkreservoirs die de baby met zijn kaakjes moet leeg masseren.
- Stimuleer je baby om de mond te openen door zachtjes met de tepel over het bovenlipje te strijken. De baby reageert door zijn mond wijd open te doen.
- Op dat moment leid je je baby naar de borst terwijl je met je andere hand de borst aanbiedt. Zo krijgt je baby de hele tepel en een deel van het tepelhof in de mond, waarbij de kaakjes goed op de melkreservoirs rondom de tepel terechtkomen. De heupjes liggen daarbij goed tegen jouw lichaam aan.
- Doet het drinken pijn, dan ligt je baby waarschijnlijk niet goed aan. Haal je baby dan van de borst door voorzichtig met een pink in het mondhoekje het vacuüm te verbreken en leg je baby opnieuw aan.
Effectief drinken aan de borst
Een baby ligt goed aan de borst wanneer:
- hij bolle wangen heeft;
- zijn kin diep in de borst ligt;
- de lippen naar buiten zijn gekruld.
De baby begint met snelle zuigbewegingen om de toeschietreflex op te wekken. Daarna gaat hij rustiger drinken en zie en hoor je hem grotere slokken nemen. Na enkele korte pauzes wekt hij opnieuw een toeschietreflex op en herhaalt dit drinkpatroon zich.
Laat je baby de eerste borst leegdrinken totdat deze zacht en soepel aanvoelt en hij zelf de borst loslaat. Daarna verschoon je zijn luier en kun je de tweede borst aanbieden. Ook deze borst mag hij leegdrinken. Een lege borst voelt zacht en soepel aan.
Stuwing
In de eerste dagen na de bevalling, meestal rond de derde dag, kunnen je borsten in omvang toenemen en gespannen, gevoelig en warm aanvoelen. Dit wordt stuwing genoemd.
Stuwing is een natuurlijk proces. Onder invloed van hormonen neemt de bloedtoevoer naar de borsten toe en komt de melkproductie op gang. Na enkele dagen verdwijnt de stuwing vanzelf, wanneer vraag en aanbod op elkaar zijn afgestemd.
Het toepassen van warmte vóór het voeden kan de toeschietreflex bevorderen en verlichting geven. Gebruik warmte ongeveer 10 minuten vóór de voeding.
Warmte kan worden toegepast door:
- droge of warme, natte doeken,
- warm douchen,
- het gebruik van een hot pack.
Koude kompressen kunnen een pijnstillend effect hebben en worden vaak als prettig ervaren. Gebruik deze bij voorkeur na de voeding.
Let op: vochtbeperking heeft geen effect op stuwing.
Je kunt je baby wat vaker aanleggen om de spanning te verminderen. Tijdens stuwing kan het voor de baby lastiger zijn om de tepel goed te pakken; neem hier rustig de tijd voor. Soms helpen andere voedingshoudingen. Vraag de kraamverzorgende om deze samen met je door te nemen.
Lukt het aanleggen niet goed, dan kan de kraamverzorgende uitleg geven over het met de hand kolven om wat spanning van de borst af te halen. Het dragen van een stevige bh wordt aangeraden, bij voorkeur zonder beugel.
Regeldagen
In de eerste maanden kan je baby af en toe onrustig zijn, veel huilen en ook ’s nachts vaker om een voeding vragen. Dit hoort bij een tijdelijke verhoogde behoefte aan borstvoeding en wordt regeldagen genoemd.
Regeldagen komen vaak voor:
- rond 10 tot 14 dagen,
- rond zes weken,
- rond drie maanden.
Adviezen tijdens regeldagen:
- Voed vaker; hoe vaker er wordt gevoed, hoe sneller de melkproductie zich aanpast aan de nieuwe behoefte.
- Voed op verzoek.
- Neem extra rust.
Zorg voor veel huid-op-huidcontact.
Problemen bij borstvoeding
De kraamverzorgende begeleidt je in eerste instantie bij het geven van borstvoeding. Zij wordt jaarlijks bijgeschoold door onze lactatiekundigen om optimale ondersteuning te kunnen bieden bij borstvoeding.
Wanneer zich problemen voordoen, zoals moeite met het aanleggen van je baby of wanneer de borstvoeding niet goed op gang komt, kan de kraamverzorgende, de verloskundige of jijzelf te allen tijde contact opnemen met onze lactatiekundige. De lactatiekundige kan telefonisch advies geven of langskomen voor een huisbezoek, tijdens of na de kraamtijd. Veel zorgverzekeraars vergoeden deze consulten geheel of gedeeltelijk. Zie bereikbaarheid en tarieven voor meer informatie.
Gevoelige tepels
Gevoelige tepels kunnen onder andere ontstaan wanneer je baby de tepel niet goed in de mond heeft of wanneer hij sabbelt in plaats van effectief drinkt. Zorg er daarom voor dat je baby de tepel en ongeveer twee derde van het tepelhof goed achter in de mond neemt.
Heb je last van tepelkloven, let dan extra op een goede hygiëne:
- Draag dagelijks een schone bh.
- Zorg ervoor dat je borsten na de voeding goed droog zijn.
- Smeer eventueel wat moedermelk op de tepel en laat deze aan de lucht drogen.
- Vervang zoogkompressen regelmatig om de tepels zo droog en schoon mogelijk te houden.
Leg je baby aan bij de eerste voedingssignalen, zodat hij rustiger aan hapt. Dit kan het zuigen aan de tepel minder pijnlijk maken.
Borstkolven
Borstvoeding geven is een natuurlijke manier van voeden. Vaak gaat het vanzelf, maar soms vraagt het enige doorzettingsvermogen. Als je werkt, is het belangrijk dat je goed geïnformeerd bent over de mogelijkheden om tijdens het werk te kolven of te voeden.
Kolven, reinigen van de kolf en bewaren van moedermelk
Soms is het nodig borstvoeding af te kolven. Dit kan met de hand, met een handkolf of met een elektrische kolf. Voor het kolven met de hand kan de kraamverzorgende uitleg geven over de juiste techniek.
Reinigen van de kolf
Na elk gebruik spoel je de kolf eerst om met koud water en was je deze daarna grondig af met heet water en afwasmiddel. De kolf kan op de volgende manieren worden gereinigd:
Na elk gebruik met heet water en afwasmiddel grondig afwassen. Daarnaast volstaat het om de kolf eenmaal per dag in de vaatwasser te reinigen.
Uitkoken.
Reinigen in de magnetron met behulp van een magnetron sterilisator.
Bewaren van afgekolfde moedermelk
Gebruik schone, afgesloten materialen zoals:
- Kunststof bakjes.
- Speciale moedermelk flesjes/ -bewaarzakjes.
Meer betrouwbare informatie over borstvoeding:
Het voedingscentrum
Borstvoedingorganisatie La Leche Leaque